Het verhaal van de vlinder

Afbeelding

 

Een fotograaf bestudeerde nauwlettend de geboorte van een vlinder.

De vlinder probeerde uit alle macht uit de cocon te breken.
Na een hele tijd leek het alsof hij het opgaf en niets meer kon doen….

De man besloot de vlinder te helpen. Met zijn zakmes opende hij voorzichtig de cocon…
De vlinder verliet de cocon en kwam op de grond terecht.

Zijn lijf was klein en hij had verschrompelde vleugels. Hij kon zich alleen op de grond voortbewegen… Hij heeft nooit kunnen vliegen….

De man wist niet dat de kleine opening in de cocon en de worsteling van de vlinder om eruit te komen de natuurlijke manier was om vocht vanuit zijn lijf in de vleugels te pompen zodat hij gereed zou zijn om te vliegen.

Mensen met een verlieservaring gaan soms door een moeilijke tijd: een enkele keer lijken ze het zelfs op te geven…
Maar zij hebben tijd en ruimte nodig om op eigen kracht erdoor te komen… en te vliegen!
(bron onbekend)

Het verhaal stopt hier. Maar het zou als volgt kunnen verdergaan:

De fotograaf had een heel wijze les geleerd en besloot een geborduurd vlindertje in zijn reversknoopsgat te dragen om zichzelf voor altijd aan deze les te herinneren. Op de Algemene Vergadering van de Vereniging van Vakfotografen reikte hij een dergelijk vlindertje uit aan Collega-Vakfotografen waarvan hij wist dat zij in hun werk ook een wijze les hadden geleerd.

De Vereniging van Vakfotografen kende een intern opleidingssysteem. Als een jonge man plezier had in het maken van foto’s, en zó enthousiast werd van zijn eigen resultaten dat hij zich verder wilde bekwamen, meldde hij zich bij de Vakvereniging voor verdere opleiding. Als hij serieus genoeg werd bevonden, werd hij als Pupil-fotograaf aangenomen en mocht hij zich onder een Vakfotograaf-leraar verder ontwikkelen. Na een leerperiode werd hij bevorderd tot Aspirant-Vakfotograaf en mocht hij bij andere Vakfotograaf-leraren de verdere kneepjes van het vak leren. Portretten, dieren, mode, potten pindakaas fotograferen, maar ook groothoeklenzen en telelenzen met hun toleranties alsmede perspectief en kleurcorrectie werd hem onderwezen. Als hij genoeg had bijgeleerd, werd hij gepromoveerd tot Collega-Vakfotograaf.

Het werd een goede gewoonte om een jonge fotograaf, zodra deze een wijze les had geleerd, zo’n vlindertje uit te reiken.

Het oorspronkelijke verhaal achter het vlindertje raakte een beetje in de vergetelheid. Het vlindertje als symbool verloor enigszins aan betekenis, maar werd in het Tijdschrift voor Vakfotografen en op het Internet nog wel eens aangehaald in artikelen die door oude, wijze Collega-Vakfotografen werden geschreven.

Na verkiezingen in het land waarin de fotografen woonden, trad er een president aan die het fotograferen en zelfs de Vereniging voor Vakfotografen verbood. Hij was bang dat staatsgeheimen, maar ook wangedrag van de soldaten van de president, zouden worden gefotografeerd en worden gebruikt om de president te compromitteren.

Iedereen die met een camera op zak liep, werd opgepakt, verhoord en liep zelfs het risico om vermoord te worden. De vakfotografen wilden dat risico niet lopen en hielden hun camera dus thuis verborgen voor de soldaten van de president. Maar doordat ze het vlindertje in hun reversknoopsgat bleven dragen, konden zij elkaar op straat nog wel herkennen als Collega-Vakfotograaf, ook al konden zij hun werk niet uitvoeren.

Jaren later, toen de president was afgezet en de politieke situatie weer was genormaliseerd, bloeide de Vakvereniging als nooit tevoren! Jonge fotografen meldden zich weer als Pupil, werden opgeleid en gingen als Aspirant het land in om door andere Collega’s verder te worden opgeleid. En als zij zich voldoende hadden bekwaamd, konden zij zelf ook weer worden gepromoveerd tot Collega.

Eens, op een avond waarop een Pupil werd bevorderd tot Aspirant, kreeg hij van een jonge Collega een geborduurd vlindertje uitgereikt. Deze jonge Collega had de Pupil tijdens zijn eerste jaar goede vorderingen zien maken en was benieuwd naar hoe de jongen zich als Aspirant de komende tijd zou gaan ontwikkelen. De Collega gaf de jonge Aspirant als opdracht mee dat hij bij het presenteren van zijn promotiefoto zou vertellen wat hij in zijn aspirant-jaar had geleerd en op welke wijze het vlindertje daarin had bijgedragen.

Een oude, wijze Collega die het regime van de president aan den lijve had ondervonden, was ontgaan wat zich tussen die Pupil en de jonge Collega had afgespeeld.
Een half jaar later, toen er na een foto-oefenavond nog even werd nagepraat, zag deze oude, wijze Collega tot zijn schrik de Aspirant met het vlindertje op zijn revers staan pronken. Al zijn herinneringen aan die donkere tijd kwamen bij hem terug en hij dacht bij zichzelf: “Die Pupil heeft die tijd niet meegemaakt! Hij draagt die vlinder ten onrechte!” Hij raakte in tweestrijd: moet ik hem de vlinder van de revers afrukken, moet ik hem terechtwijzen, moet ik… Maar wijs als hij was, haalde hij diep adem, liep hij op de Aspirant af en vroeg hem: “Waarom draag jij dat vlindertje? Ben je je bewust van de omstandigheden waaronder dit vlindertje vroeger werd gedragen?”

De Aspirant, die in dat halve jaar nog niet zó veel had bijgeleerd (hij was op vakantie geweest en had zijn camera alleen gebruikt om schaars geklede dames aan het strand te fotograferen), schrok een beetje van die directe vraag.
Hij had zich recentelijk op het Internet georiënteerd op de relatieve toleranties van de concave en convexe lenzen in zijn camera en was daarbij bij toeval gestuit op het verhaal van het vlindertje en dat een drager van zo’n vlindertje dat droeg omdat hij een wijze les had geleerd. Ook had hij gelezen over het totalitaire bewind van de president, en dat in die crisistijd Collega-Vakfotografen elkaar aan dat vlindertje konden herkennen. Maar hij had zich vooral aangetrokken gevoeld tot die wijze les die aanleiding gaf tot het dragen van het vlindertje.

Toen de Aspirant op de vraag van de oude, wijze Collega antwoordde wat hem qua symboliek aan het geborduurde vlindertje had aangetrokken, besefte de oude, wijze man dat hij geen rekening had gehouden met die oorspronkelijke betekenis en, door zijn pijnlijke ervaringen uit de tijd van de president, de nadruk had gelegd op die crisistijd. Hij prees zich gelukkig dat hij zijn gedachten niet had uitgesproken en zich verdraagzaam naar de Aspirant had opgesteld, en dat ook hij, al was hij oud en wijs, tóch nog lering had kunnen trekken uit dit voorval. Ook hij had die avond weer een wijze les geleerd.

Advertenties
Geplaatst in Persoonlijk | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rinus Houtman, een ‘aardse’ man.

Overweging bij de uitvaart van de Rinus Houtman

Een heel ‘aardse’ man, zo kunnen we Rinus wel karakteriseren, nietwaar?

Nuchter, met beide benen op de grond en er als tuinder waarschijnlijk vaak zelfs in die grond, met zijn handen en met gereedschappen die aarde zó bewerken dat ze vruchtbaar was voor het zaad dat werd gezaaid, voor het gewas dat groeide en dat door verkoop aan de veiling in Leiden moest zorgen voor het inkomen van de Houtmannen.

Hij heeft op veel plaatsen ook zélf moeten aarden: met enige regelmaat moest hij verhuizen, verplaatsen, en moesten zijn wortels zich weer in nieuwe grond vastzetten.
Maar dat ging hem telkens goed af en op elke nieuwe plek botte hij weer uit en kon hij weer nieuwe dingen laten groeien.

En altijd maar dat drukke baasje: was hij niet in zijn eigen tuin bezig, dan was hij wel bij buren aan het tuinieren of aan het klussen. Tot in Italië toe, waar “zijn” verf nog op de rolluiken zit in de straten van Monteblanco.

Aards, en dus ook: onafhankelijk. Hij wilde zo lang mogelijk alles zelf blijven doen, wilde het hulp vragen aan anderen zo lang mogelijk uitstellen.
Daardoor ook hard voor zichzelf, en daarmee ook wel hard voor anderen: had hij trek in eten, dan werd er gegeten, al was het pas half elf ’s morgens.

En had je als kleinkind je ellebogen op tafel, dan wist opa daar met een vork korte metten mee te maken!

Het niet-aardse, het hemelse, daar had-ie niet veel meer mee. De Grote Baas boven, dat was voor hem vanzelfsprekend: kort voor zijn dood zei hij nog tegen zijn vrouw Bets: “Ik ga naar mijn Vader, ik ga naar Huis.”
Maar in het aardse gedeelte van dat christelijke geloof had hij geen vertrouwen meer. Hij was teleurgesteld in de kerkgemeentes en in de Kerk zelf, in de mensen die die Kerk vormen.
Maar ik denk dat hij het grootste vertrouwen had in de natuur: die is heel gevarieerd, maar wel volgens een vast stramien, volgens vaste wetten: uit witlofzaad komt niet ineens knoflook groeien!
En de vogeltjes, die zo vaak zijn tuin bezochten, waar hij zó van kon genieten, kwamen ook pas ná de winter weer tevoorschijn.

Rinus was geen reiziger, hij was het liefste thuis op zijn eigen stukkie grond. Maar nu heeft hij zijn laatste, grote reis gemaakt, naar zijn Hemelse Vader. Wij vertrouwen er op dat hij daar zijn wortels weer in vruchtbare aarde kan planten, zodat hij daar, zélf, rijkelijk vrucht kan dragen.

Als een boom een tak verliest, vormt zich een litteken op de stam. En na verloop van tijd is daar weer bast overheen gegroeid, is die plek sterker dan hij daar ooit geweest is.
En dat geldt ook voor u, familie, vrienden en kennissen: Het verlies zal altijd zichtbaar, merkbaar blijven, maar de wond zal helen en zal zich vol trots, kracht en liefde, met de herinnering aan wat u is ontvallen, aan de buitenwereld tonen.

(uit privacy-overwegingen zijn eigennamen en plaatsnamen gefingeerd)

Geplaatst in Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Mijn ervaring als ritueel begeleider bij afscheid

“We waren erg onder de indruk van uw ritueel begeleiding! Nu begrijpen ze mijn vader eindelijk beter!”
Dankbaar voor deze reactie wil ik stellen dat dit de toegevoegde waarde is van ritueel begeleiding bij afscheid.
Dit is de overweging, die ik vanmorgen uitsprak bij de uitvaart van Johan (naam gefingeerd):

Ik heb mijn koffers gepakt
Ik ben op reis
Ik weet niet waar naartoe
Maar ik groet u!

Johan ging minimaal bepakt op reis: in zijn koffer zat een handdoek en een verschoning. Alles wat hij verder nodig had kon hij na de oversteek in het land van aankomst wel kopen.

Maar hoe zit het met je bagage bij de oversteek tijdens die laatste reis? Wat neem je dan mee?
Johan had best veel geestelijke bagage: tot zijn terugkeer uit het buitenland (hij had jaren in o.a. Nieuw-Zeeland en Afrika gewoond), was hij een trouw kerkganger geweest. Maar bij terugkeer in Nederland was zijn kerk zó veranderd, dat hij zich niet meer herkende in het katholieke gedachtegoed. Zijn waarden en normen waren traditioneel gebleven, terwijl de maatschappij én de kerk zich aan de tijdgeest hadden aangepast.
En de dienaren van de kerk hadden zich lang niet allemaal en lang niet altijd zélf gehouden aan de geboden die hen – net zo goed als de leden van de kerk – waren opgelegd.

De meesten onder ons zijn niet zulke globetrotters geweest als Johan. Wij zijn mee-ontwikkeld met burgerlijke en/of kerkelijke samenleving in Nederland.
En toch hebben velen van ons, als samenleving, zich afgewend van de kerk.
Het begrip God, Allah, Grote Roerganger, Opperbouwmeester, Ultieme Energie, of hoe je dat begrip ook onder woorden wilt brengen, kunnen we meestal nog wel plaatsen: er is zo veel onverklaarbaars om ons heen, dat we vaak nog wel geneigd zijn om dat aan een hogere macht toe te schrijven.
Maar de vertegenwoordigers van die hogere macht, die je vertellen wat je wel of juist niet moet doen, die je voorschrijven hoe je je moet gedragen, kleden, wat je wel en niet mag eten, hoe vaak en hoe lang je moet bidden: nee, aan die vertegenwoordigers hebben we geen boodschap meer. We bepalen zelf wel hoe wij ons geloof (of niet-geloven) wensen te beleven…

Maar hoe kijken wij nu tegen leven, dood en dat ragfijne lijntje op de grens, dat overgangsmoment, aan?
Welke bagage nemen wij mee tijdens de oversteek?
Zijn wij overtuigd van een leven ná dit leven?
Moeten wij nog beproevingen doorstaan?
Worden wij nog ter verantwoording geroepen?
Moeten wij nog een muntje onder onze tong meenemen om de veerman te betalen?
Of worden wij na het oversteken van die niet te bevatten grens weer opgenomen in de kringloop van de natuur, al dan niet gelouterd door het vuur?
En wat zit er dan in ónze koffer als wij die oversteek maken, die grens passeren?
Is het misschien een mooie gedachte, dat onze koffers zullen worden gevuld met alle goede wensen van onze dierbaren? Dan maken we de reis niet helemaal alleen, met slechts onze eigen overtuigingen en twijfels, met ons vermoeden en ons vragen, met die onzekerheid die wij allen in ons hart hebben: Hebben we het wel goed gedaan? En wat staat ons te wachten?
Toine Lancet schreef hierover het volgende gedicht, waarmee ik deze viering afsluit:

Breng mij op weg tot aan de brug.
Ik ben zo bang om daar alleen te staan.
Als we daar zijn, ga dan niet direct terug,
maar wacht tot ik overga en zwaai me na,
dan voel ik me heel veilig en vertrouwd.

Breng mij weg tot aan de brug.
Ik heb geen idee hoe diep het water is.
De overkant lijkt me zo ver.
Je kunt de oever hier niet zien.
Zo ver het oog reikt, zie ik mist.
Ik twijfel aan het verder gaan.

Breng mij weg, tot aan de brug
en ga dan niet te vlug, terug.
Zwaai je mij na als ik er over ga.
Een heel klein duwtje in mijn rug,
is alles wat ik nog verlang van jou.

Dank je voor je liefde en je trouw.
Ik ga nu gauw,
want het begin is reeds in zicht:
ik voel de warmte van een licht.

(Vervolgens heb ik de belangstellenden, die vóór aanvang van de viering een kartonnen bagagelabel hadden gekregen om een groet, wens of herinnering aan Johan op te schrijven, gevraagd om langs de kist te gaan, Johan te groeten en hun label in een koffertje te deponeren, dat ik speciaal daarvoor had meegenomen.
Op het laatst nam de familie zelf afscheid en heeft hún label ij het koffertje gedaan. Het koffertje is met de familie mee naar huis gegeven.)

Geplaatst in Ritueelbegeleiding | Een reactie plaatsen

Is er leven na de geboorte? (Citaat: Bron onbekend)

Is er leven na de geboorte ??

!

Twee baby’s bevinden zich in de baarmoeder van een zwangere vrouw.

Vraagt de een aan de ander:

“ Geloof jij in het leven na de geboorte?”

“ Ja, zeker. Er moet iets zijn na de geboorte. Misschien zijn we hier omdat

we ons moeten voorbereiden op datgene wat we later zullen zijn.”

“Flauwekul! Er is geen leven na de geboorte. Hoe zou dat leven dan moeten

zijn?”

“Ik weet het niet met zekerheid…..Er zal meer licht zijn dan hier. Misschien

zullen we op onze voeten lopen of ons voeden met de mond.”

“Dat is absurd! Lopen is onmogelijk. En eten met de mond. Het is gewoon

belachelijk. De navelstreng is waarmee we ons voeden. IK zeg je een ding:

het leven na de geboorte is niet te begrijpen. De navelstreng is veel te kort.”

“Toch geloof ik dat er iets moet zijn, al zal het wel een beetje verschillend

zijn van wat we hier gewend zijn.”

“Maar niemand is teruggekeerd van de andere kant, na de geboorte. De

geboorte is het einde van het leven. En alles bijeengenomen is het leven

niets anders dan een verdrietig bestaan in de duisternis die nergens naar

leidt.”

“Goed, ik weet ook niet precies hoe het na de geboorte zal zijn, maar ik ben

er zeker van dat we moeder zullen zien en zij zal zorg voor ons dragen.”

“Moeder? Geloof jij in de moeder? En waar denk je dat zij zich bevindt?”

“Waar? Ze is geheel en al om ons heen. We leven in haar en door haar.

Zonder haar zou deze wereld niet bestaan.”

“Kom zeg! Ik kan je echt niet geloven! Ik heb nog nooit een moeder gezien

en dus is het logisch dat ze niet bestaat.”

“Goed, maar soms, wanneer we stil zijn, kun je haar horen zingen of

aangeven hoe ze onze wereld koestert. Weet je wat ik je zeg? Ik denk dat er

een werkelijk leven is dat ons wacht en dat we ons nu slechts daarvoor aan

het voorbereiden zijn…”

Geplaatst in Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Ritueelbegeleiding – Nieuwerwets of noodzaak?

De deuren van de crematorium-aula gaan open: onder de tonen van het Air van Bach lopen de familie en belangstellenden de aula binnen en nemen plaats. Met het zicht op kist en bloemen, die vooraan in de aula staan opgesteld, hebben de aanwezigen de gelegenheid te wennen aan de omgeving waarin zij zich bevinden. Toch emotioneel: ook al was de overledene al oud en was de dood als een zachte deken over haar heen gelegd,  een sterfgeval van een geliefde of bekende raakt je toch altijd in je hart. Zij was de moeder van een collega van kantoor die nog bij haar inwoonde, en waar je af en toe over de vloer kwam. En je bent in dit moment van afscheid aanwezig omdat je haar ‘gekend’ hebt en je je collega wilt steunen in zijn verdriet.

Het Air van Bach loopt ten einde, in de aula is iedereen muisstil in afwachting van wat gaat komen.
Na een korte stilte start een tweede muziekstuk: de Moldau van Smetana (bekend van de Bar Le Duc reclame). Hé, denk je, weer klassiek: hield ze daar zo van? Eigenlijk nooit opgevallen, want als je haar af en toe eens opzocht stond altijd die zender met Nederlandstalige muziek op.
Je overdenkt nog eens de momenten waarop je haar hebt meegemaakt, altijd hartelijk en gastvrij. Je kwam haar zoon opzoeken en je kreeg haar koffie, koekje en altijd opgeruimde humeur en haar zorgzaamheid voor haar kind er gratis bij!

De laatste tonen van de Moldau: zal er nu iemand naar voren komen om recht te doen aan het leven en sterven van deze innemende, zorgzame, oude vrouw?
Een geestelijke, die haar geloof in een hogere macht bevestigt en met de aanwezigen bidt?
Een pastor, dominee, humanistisch raadsman/vrouw, die na een gesprek met de familie memoreert hoe het haar  als kind, jonge vrouw, echtgenote, oma, vriendin, bekende is vergaan en wat haar visie was over de wereld om ons heen en met welke instelling zij in het leven stond? Hoe zwaar de jaren van ouderdom op haar drukten? Hoe we haar allemaal zullen missen, ieder op ons eigen manier?
De familie zelf – weet ik uit ervaring – bestaat niet uit sprekers, zéker niet in publiek voor een microfoon en al helemaal niet op een zó moeilijk en emotioneel moment!

…Na enige momenten van stilte treedt eindelijk iemand naar voren: de uitvaartleider, compleet in streepjesbroek en jacquet, hoed nog in de hand. Hij bedankt de aanwezigen namens de familie voor hun komst en nodigt hen uit de familie nog even te condoleren onder het genot van een kopje en een plakje cake.
De uitvaartleider treedt een stapje terug, het derde muziekstuk wordt gestart: het Slavenkoor uit de Nabucco. De familie staat op, loopt langs de kist, snikt af en toe hartgrondig, klopt op de kist en loopt achter de uitvaartleider aan de aula uit, de ontvangkamer in. Er is een half uurtje voor condoleren, koffie, tekenen van het register; daarna staat de volgende familie klaar voor hún ‘persoonlijke’ afscheid…

In de auto terug naar huis wil het mij maar niet loslaten: Was dit nu alles? Zelfs de naam van de overledene is niet genoemd in de plechtigheid! Is dit nou de Nederlandse uitvaartcultuur? Gaan wij – met onze roemrijke historie van handelsreizen, indrukken van vreemde culturen, ons vermogen om ons aan te passen aan andere gebruiken en gewoonten – zó betekenisloos met onze doden om?
Bij het weggaan uit de aula gebruikt een aantal aanwezigen het kleine stukje tijd dat ze hebben om ongezegd hun gevoelens voor de overledene te uiten: door een klopje op de kist, door even stil te staan of door even te knikken. Wat zou het mooi zijn om die gevoelens van deze mensen in een ritueel vorm te geven!

In de vakopleiding leert de uitvaartverzorger voornamelijk om service te verlenen en niet om inhoud te geven aan een uitvaartplechtigheid.
Vanzelfsprekend werd bij kerkelijke uitvaarten wél meer inhoud gegeven aan de uitvaartrituelen, maar als dominee, pastor, pandit of imam ontbrak, moest je als familie (óf als uitvaartleider) wel van heel goeden huize komen om enige zingeving toe te voegen aan de samenkomst.
Uiteraard werd dat onderkend, zodat zich (o.a. humanistisch) uitvaartbegeleiders, funerair sprekers  aandienden – zelfs een begrip als Rent-A-Priest werd geïntroduceerd voor mensen die wel religieus waren maar geen kerk meer bezochten – maar van enige organisatie of kwaliteitsgarantie was nog in het geheel geen sprake.
Sinds enige tijd worden ritueelbegeleiders opgeleid om met symbolen en rituelen aan waardige afscheidsbijeenkomst samen te stellen. Een plechtigheid waarin het leven van de overledene – kort samengevat – nog eens wordt gememoreerd: de hoogte- en dieptepunten, de treurige en de vrolijke momenten.
Als dat laatste ritueel correct (naar de wens van de nabestaanden, recht doend aan hun dierbare) verloopt, kan hen dit helpen in het verwerkingsproces.

Uitvaartonderneming Schellingerhout biedt deze specialistische expertise onder de naam Schrama Uitvaartdiensten aan haar cliënten aan, zodat elke familie, gelovig of niet, op een professionele wijze een waardig afscheid van haar dierbare kan nemen.

Geplaatst in Ritueelbegeleiding | Een reactie plaatsen

Alle begin is moeilijk…

Ik kan me nog herinneren dat in het bedrijf waar ik vanaf 1991 werkte, Uitvaartonderneming Vierling in Den Haag, de switch werd gemaakt van Wordperfect naar Word for Windows. Alleen de toetsen op het toetsenbord bleven het zelfde, alle functieknoppen en commando’s werden anders. Ik heb dagen achtereen zitten schelden achter de PC, want software moest – in mijn ogen – zó makkelijk zijn dat je intuïtief de juiste toetsencombinaties of muisklikken wist te gebruiken.

Dat jonge-honden-ongeduld is al aardig weggesleten, maar het wantrouwen jegens software-ontwikkelaars is niet helemaal verdwenen. Hoe makkelijk het ook wordt voorgespiegeld, elk (voor mij) nieuw softwarepakket vraagt om bestudering, gewenning en meermalen uitproberen.

Zo ook WordPress: volgens inmiddels een respectabel aantal relaties een ingenieus middel om je zieleroerselen aan het internet prijs te geven en dan ook daadwerkelijk te worden gelezen door mensen die daar ook in zijn geïnteresseerd.

Na een telefonische instructiesessie met Sandor Lokenberg (SEO en social media training) heb ik voorzichtig de eerste schreden op het WordPress-pad gemaakt: zie hier de resultante.

Uw reacties zijn welkom, evenals uw tips en zelfs uw kritiek! Ik hoop u geregeld, misschien zelfs regelmatig, deelgenoot te maken van wat mij bezighoudt.

Geplaatst in Persoonlijk | Een reactie plaatsen